Bezoekers van de Schans zijn veelal verrast als ze mij in de tuin bezig zien en ik vertel dat het merendeel van de huizen wordt bewoond. “Oh, wonen er échte mensen?”  reageren ze verbaasd, waarop ik niet kan nalaten dat we ‘echt’ mensen zijn.

 

Ja, er wonen mensen op de Schans. En waar mensen zijn, zijn ook dieren, echte dieren. Hoewel…  Er zijn de geitjes en kippen van de kaasboerderij, de schapen die wisselend tussen de huizen in de weilanden grazen. Poezen jagen op Zaanse muizen rondom de historische gebouwen, net als hun voorouders vroeger hebben gedaan.

 

Er zijn dieren van allerlei pluimage.  Watervogels, parkieten, konijnen en honden. Het grappige van bezoekers is de behoefte om te communiceren met deze dieren. Of misschien is het juist andersom, willen de viervoeters juist van zich laten horen. Hoe het ook is, de een start met een geluid, waarna de ander antwoord. Een schaap blaat terwijl er een groep toeristen langslopen en zeker één toerist antwoord met een vergelijkbaar geluid. Zo is het geblèr en geblaat niet van de lucht!

 

Als mijn haan kukelt dan mondt dat uit in een heel orkest kukelende toeristen. Bewoners fotograferen is soms net iets te veel inbreuk op de privacy, maar de viervoeters op de Schans worden veelvuldig vastgelegd!

 

De stenen hond op het pad reist omarmd de hele wereld rond. Eenden worden luidkeels toegekwaakt en gehurkt worden de katten toegemizemauwt.

 

De afgelopen weken zijn er zelfs buitengewone diertjes waargenomen, maar die zijn gelukkig teruggestuurd naar Pokemon City. Redelijk nieuw zijn ook de grasgroene parkieten die een tropisch tintje aan de Schans geven.

 

En als de avond valt en ik aan de waterkant de kikkers begroet en de krekels van zich laten horen, vind ik dat toch een van de mooiste geluiden van de Schans.