De Nacht van de Industriecultuur – onlangs op het Hembrugterrein en elders langs de Zaan, gaf nogmaals de promotionele uitstraling en waarde van het industriële verleden aan voor de Zaanstreek. De nachtelijke projecties van multimedia kunstenaar Machteld Aardse op o.a. gebouw Phenix verbeeldden ambacht, identiteit en trots van de Zaanse industriecultuur.

 

De opkomst van nijverheid en industrie langs de Zaanoevers in de 17e eeuw hangt nauw samen met de opkomst van Amsterdam als centrum van handel en industrie. Toen aan het einde van de zestiende eeuw houtzaagmolens in Amsterdam verboden werden om tegemoet te komen aan de toen machtige handzagersgilden, was er een uitgelezen kans voor ondernemers in de Zaanstreek om aan de groeiende behoefte aan hout voor de scheepvaart te voldoen. In korte tijd schoten de houtzaagmolens als paddenstoelen uit de grond. Op het hoogtepunt, halverwege de 17e eeuw, werden er ruim 600 molens geteld. Door deze ontwikkeling wordt de Zaanstreek beschouwd als het oudste industriegebied van Europa.

 

De industriële bakermat van de Zaanstreek is onderwerp voor storytelling in optima forma. We hebben goud in handen, we hoeven niets te bedenken het is er al. Dat hebben we op de Zaanse Schans al goed verzilverd, maar er kan op het gebied van toerisme, wonen en creatieve-culturele bedrijvigheid nog veel meer worden gedaan om de Zaanse industriecultuur uit te dragen.

 

Recente ontwikkelingen zoals op hotspots als de Zaanse Chocoladefabriek (Verkade), de Honigfabriek en het HEMbrugterrein passen daarbij prachtig in onze industrieculturele ambities.

 

Maar met deze ontwikkelingen alleen zijn we er nog niet, de transformatie van oude fabrieken naar culturele hotspots gebeurt ook in tal van andere steden. Naar mijn idee moeten we in Zaanstad een stap verder durven gaan. We moeten onze industriecultuur overal in de Zaanstreek kunnen zien, kunnen proeven en kunnen aanraken.  En dan vooral de industriecultuur waar de Zaanstreek bekend om is geworden: houtverwerking en voedingsmiddelenindustrie.

 

De Zaanse Schans kan daarin een scharnierfunctie vervullen. Op een oppervlakte van circa vijf hectare zijn de nijverheden die vroeger overal langs de Zaan te vinden waren, voor het nageslacht bewaard gebleven: weverijen, stijfselfabrieken, zeildoekmakerijen, papier, tabak, verf, kaarsen, snuif, blauwsel, cacao, kuiperijen, smederijen, traankokerijen, zagerijen, scheepsbouw, zeevaart, handel en veeteelt. Zelfs de geschiedenis van de walvisvaart – waar de Zaanstreek groot in was – heeft op de Schans een plek gekregen in restaurant De Hoop Op d’Swarte Walvis.

 

Programma-ontwikkeling
Over de doorontwikkeling van de Zaanse industriecultuur  moet structureel nagedacht worden, met de Zaanse Schans als spil. Het vergt tevens een integrale aanpak, het gaat niet alleen over toerisme, het gaat ook over kunst, over industriecultuur in de openbare ruimte, over wonen en over cultureel ondernemerschap. Er moet een gedragen meerjaren programma voor opgesteld worden door een multidisciplinair team van experts. In zo’n team – dat de lat hoog moet leggen – moeten o.a. historici, cultuurmakers, urbanologen en creatieven met elkaar samenwerken en de lijnen uitzetten.

 

Lex Kruijver
Marketing Zaanstreek