Ingrid van Delden heeft het ambacht tin gieten van haar vader geleerd “Deels heb ik mezelf aangeleerd, ik maak namelijk veel sieraden en miniaturen. Mijn vader maakt meer traditioneel tin, zoals kannen en theeserviezen. Dat ben ik nog steeds aan het leren.” Ingrid vindt het vooral leuk om elke dag creatief bezig te zijn. Zij bedenkt veel haar eigen ontwerpen. “Het geeft voldoening als mensen iets kopen wat zij mooi vinden en dat ik dat dan heb gemaakt.” Wel vragen veel bezoekers zich af of tin gieten echt Nederlands is “Eigenlijk is het veel Nederlandser dan klompen, tulpen en Delfst aardewerk bij elkaar” Lacht Ingrid. Het tin gieten wordt al sinds de 12e eeuw in Nederland beoefend “Op dit moment zijn er nog 7 gieterijen, maar van het oud Hollandse tin gieten zijn wij eigenlijk nog de enige. Als wij stoppen worden er bijvoorbeeld geen traditioneel Hollandse producten zoals kraankannen en serviesgoed gemaakt, omdat er niemand is die dat meer kan.”

 

Ingrid vindt het leuk dat je op de Zaanse Schans met verschillende nationaliteiten te maken hebt “Het is heel ander soort publiek, dan mensen in gewone winkels. De mensen zijn wat vrijer.” In de bijna 30 jaar dat Ingrid hier nu zit, heeft zij aardig wat verschillende talen weten te bemachtigen “Niet hele gesprekken, maar wel mensen in hun eigen taal verwelkomen en het ambacht kunnen uitleggen.” De stille dagen vindt Ingrid minder aan werken op de Zaanse Schans “Als je niks te doen hebt en dat je alle dagen in principe open moet zijn is minder” Maar voor de rest kan Ingrid weinig minder leuke kanten bedenken.

 

Over bijzonder situaties in de winkel kan Ingrid boeken vol schrijven, maar licht er een paar uit “Ik heb vele internationale vriendschappen overgehouden aan werken in de tinkoepel. Zoals met een stel Amerikanen die hier in de winkel boos binnenkwamen, omdat zij niet genoeg tijd hadden om goed rond te kijken. Wij hebben hen toen zelf rondgeleid. Aantal jaar later hebben we nog steeds contact en zijn mijn man Ronald en ik naar Amerika geweest en hebben zij ons rondgeleid.” Ook ziet Ingrid in de kralentuin soms de nodige situaties voortdoen “Ik zag een meisje in de tuin, helemaal onder invloed van drugs. Toen heb ik een taxi gebeld en tegen de taxichauffeur gezegd dat hij haar moest afzetten bij een hotel en dat wij dit zouden bekostigen. De volgende dag stond ze huilend bij ons op de stoep met een cadeautje om ons te bedanken en waardeerde dat wij dit voor haar hadden gedaan.”

 

Voor de toekomst anno 2030, hoopt Ingrid dat een lang gekoesterde droom uitkomt. “Hopelijk hebben we de tinwinkel en gieterij gecombineerd hier op de Zaanse Schans. Dat is voor ons een toekomstdroom om de tingieterij een bestaan te geven. We hebben nu wel het winkeltje, maar we krijgen steeds meer de vraag van mensen dat ze beter willen zien hoe het gemaakt wordt, ze willen het beleven.” Ingrid is overtuigt dat als mensen het goed kunnen zien, het ambacht ook meer waarderen. “We hebben ook nog oude vormen uit de 16e en 17e eeuw, waarmee wij het proces kunnen laten zien. De Zaanse Schans zou bij uitstek de geschikte locatie zijn.”

 

Tot slot zou Ingrid als tip de bewegwijzering beter willen “Vaak zijn de mensen aan mijn kant verdwaald, kunnen bijvoorbeeld de bus niet meer terugvinden of zoeken een toilet.  Een toiletgroep aan deze kant van de kalverringdijk zou daarom gewaardeerd worden. Wanneer bezoekers vanaf de trein komen is het namelijk best nog een stukje lopen voordat zij de eerste toiletgebouw tegenkomen.”