De 15e Sinterklaasintocht op de Zaanse Schans bewerkstelligde opnieuw zo’n 130 opgetogen kindergezichten. Slechts weinigen realiseerden zich daarbij, dat het traditionele bezoek van de eeuwenoude eregast en zijn gevolg refereert aan ingrijpende historische omstandigheden. Om dit Nederlandse volksfeest juist te vieren nabij de voormalige Kalverschans (het huidige Duyvis-terrein, red.) blijkt vanuit dit perspectief extra toepasselijk. Een korte geschiedenis(bij-)les lijkt op zijn plaats…

 

pier-sinterklaas-historie-zaanse-schans

 

St. Nikolaas bij stoute kinderen. Sint Nikolaas en zijn Knecht – Jan Schenkman, 1848

 

Sinds de Amsterdamse hoofdonderwijzer Jan Schenkman in 1848 “Sint Nikolaas en zijn knecht” het licht deed zien, weet ieder kind dat de goedheiligman en zijn Pieterbaas per stoomboot uit Spanje komen. Tot zo’n eeuw na het verschijnen van het populaire sinterklaasboek wachtten de kinderen in Nederland vol verwachting af wie van de Sint de koek of de gard zou ontvangen. Om zijn christelijke oordeel te kunnen vellen, hield de strenge doch rechtvaardige autoriteit nauwgezet zijn Grote Boek bij. Met zijn Moorse knechten, uitgerust met de herkenbare attributen zak en roe, viel niet te spotten. Menig kind – zelfs de braafste – was beducht voor deze vreemde gasten, al hoopten allen op vergeving voor eventueel wangedrag.

 

Vanaf de jaren ’70 won Spanje voor de gemiddelde Nederlander aan dagelijkse realiteit. In de tegenwoordigheid van gastarbeiders uit het land van Franco (dictator van 1939 tot 1975, red.) en opkomende zuidelijke zonvakanties leek de veronderstelde herkomst van de Sint en zijn zwarte knechten steeds minder houdbaar. Tegelijkertijd transformeerde de rol van boeman en daarmee het uiterlijk van zwarte Piet ingrijpend. De roe werd formeel afgeschaft en de zak nog slechts benut om cadeautjes in te vervoeren. Vooral veel cadeautjes, want Piet was niet langer op zoek naar ‘stoute kinderen’, maar ontpopte zich tot grote en clowneske kindervriend, die de Sint in populariteit zelfs voorbij leek te streven. Zijn kleur verschoot van roetzwart naar puur- en melkchocoladebruin tot karamel, waarmee de olijke hulpjes van de goedheiligman verwarrend veel gingen lijken op nieuwe landgenoten uit voormalige overzeese gebiedsdelen, die ons postkoloniale straatbeeld inmiddels hadden gekleurd (NB: Onafhankelijkheid Suriname in 1975, red.).

 

Alle boze dromen leken geweken tot uit onverwachte hoek de 21ste eeuwse ‘Zwarte-Pieten-discussie’ roet in het eten begon te gooien. Zelfs een accessoire als de gouden oorring – een onmiskenbaar teken van welstand – kreeg een negatieve associatie met het slavernijverleden. (Of onze succesvolle rockidolen uit de jaren 60 dit ooit hebben kunnen bevroeden, toen zij dit attribuut in 1961 – tot 1969 nog in meervoudsvorm – als hun bandnaam kozen?) Te veel lijkt over deze controverse gesproken en geschreven, zonder zicht op een bevredigende oplossing, die recht doet aan ons complexe culturele erfgoed.

 

Merkwaardig genoeg ontbreekt in de recente polemiek een wezenlijke vraag, die een belangrijke aanwijzing biedt over de kern van het omstreden cultuurfenomeen. De gewraakte gouden ring daargelaten, lijkt niemand zich te verwonderen over de karakteristieke outfit van Piet. Toch laat zich in de weinig eigentijdse fluwelen pofbroeken en kanten kragen zonder veel moeite de heersende hofstijl herkennen, die toonaangevend was in de 16e eeuw, het tijdvak waarin de Noordelijke Nederlanden in opstand kwamen tegen het machtige Spaanse koninkrijk. Hoe de Turkse heilige Nicolaas van Myra in Spanje verzeild raakte, lijkt doorgaans een van de historische ongerijmdheden van het Sinterklaasgeloof. Dat de persoonlijke garde van deze Rooms-katholieke heilige nota bene de etnische achtergrond van Moren (de islamitische veroveraars van Spanje, red.) is toegedaan, is minstens zo bizar. Tijdens onze roemruchte Gouden Eeuw werd het memoreren van de sterfdag van de populaire katholieke heilige vanuit de dominante calvinistische staatsgodsdienst onderdrukt en vertroebeld. Pas vanaf de Franse tijd werd het katholieke geloof weer officieel toegelaten, om onder Thorbecke (2e grondwet uit 1848) definitief wettelijk te zijn geëmancipeerd. In deze tijd herleeft ook het ‘Sinterklaasgeloof’ met publicaties als de veelvuldig herdrukte bestseller van Schenkman.

 

Veel scherven lijken op hun plaats te vallen, indien we in de ingrediënten van het ogenschijnlijk onschuldige, maar diepgewortelde volksfeest de verdrongen reminiscenties van ons nationale trauma herkennen, verweven met de roerige wording van onze staat. Niet voor niets werd de Sinterklaasviering enige jaren terug nog uitgeroepen als onze belangrijkste nationale culturele traditie. In dit licht lijkt de statige bisschop de rol toebedeeld van alter ego van Filips II, de machtige Koning van Hispanje, die onze Vader des Vaderlands conform ons volkslied altijd zou hebben geëerd. Hij treedt op als voorvechter van het ware geloof en oordeelt over gehoorzame en opstandige onderdanen. Deze rechtlijnige handhaver is uitgerust om het wild geraas van de beeldenstorm te doen staken en de ongelovigen in het gareel te brengen. Daarbij staat hem een troepenmacht ter beschikking, die in onze gewesten de schrik aanjoeg en bekend werd als ‘De Spaanse Furie’.

 

de-koning-filips-ii-spanje-de-hertog-van-alva-anthonis-mor-van-dashorst

 

De Koning Filips II van Spanje en zijn bevelhebber, de hertog van Alva, geschilderd door Anthonis Mor van Dashorst: Verdrongen rolmodellen voor Sinterklaas en zijn knecht?

 

Een saillant detail uit deze vaderlandse geschiedenis is de episode waarin de Spaanse troepen in 1574 bij de Kalverschans van Diederik van Sonoy werden verslagen. Deze schermutselingen, waarna 800 Spaanse krijgsgevangenen in de Zuiderzee werden verdronken, verdienen een vredelievender reprise, die wonden uit het verleden heelt en ons bevrijdt van wrok en afgunst. Onze ‘gelovige’ kinderen verdienen bovenal een spannend en tot de verbeelding sprekend rollenspel. De traditionele personages geven al generaties lang uiting aan fundamenteel verlangen en vrees, vrijheidsdrang en plichtsbesef. Ze symboliseren het onderscheid tussen vreugde en teleurstelling, erkenning en afwijzing, die het echte leven typeert: Wie zoet is, krijgt lekkers; wie stout is, de… zak?

 

spanjaarden-optocht-historie-koogadzaan

 

Spanjaarden en vrijbuiters in historische optocht te Koog aan de Zaan, 1913